Casus: Alimentatieonderzoek België – “Operatie Noorderlicht”

21-04-2026

Fictieve casusbeschrijving. Namen, locaties en details zijn geanonimiseerd en/of verzonnen ter illustratie van onze werkwijze.

De aanleiding

Onze cliënt, meneer V. (55, ondernemer uit Breda), betaalt sinds zijn echtscheiding in 2021 maandelijks € 2.450 aan partneralimentatie aan zijn ex-partner, mevrouw D. (51). De alimentatieverplichting loopt volgens de beschikking door tot 2033.

In het najaar van 2025 ontving meneer V. via een gemeenschappelijke kennis signalen dat zijn ex-partner vermoedelijk samenwoont met een nieuwe partner, een Belgische man genaamd "Jean-Pierre", in de omgeving van Antwerpen. Officieel stond mevrouw D. echter nog ingeschreven op een adres in Rotterdam.

Juridisch relevant: op grond van artikel 1:160 BW vervalt de alimentatieplicht definitief wanneer de alimentatiegerechtigde gaat samenleven met een ander "als waren zij gehuwd". Voor een geslaagd beroep op dit artikel gelden vijf strikte criteria: een affectieve relatie, van duurzame aard, waarbij de partners elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Eén zwakke schakel in het bewijs en de vordering sneuvelt bij de rechtbank. Vandaar de opdracht aan Aequitas: onweerlegbaar bewijs, juridisch houdbaar.

De opdracht

Meneer V. benaderde ons via zijn familierechtadvocaat. Tijdens het intakegesprek op ons kantoor aan de Olympiaweg werd de scope vastgesteld: het doel was vaststellen of mevrouw D. voldoet aan alle vijf criteria van art. 1:160 BW. Het werkgebied besloeg Rotterdam als officieel adres en de omgeving Antwerpen als vermoedelijk feitelijk adres. De observatieopzet werd ingericht volgens de gangbare branchepraktijk: drie niet-aaneengesloten perioden verspreid over circa drie maanden. Het budget werd vastgesteld op offertebasis met tussenrapportages. Voorwaarde was volledige AVG-conformiteit en naleving van zowel Nederlandse (Wpbr/POB) als Belgische privacywetgeving.

De voorbereiding

Voordat één onderzoeker de straat op ging, verrichtten wij twee weken vooronderzoek.

Met openbare bronnenonderzoek (OSINT) via LinkedIn, Facebook en Instagram kregen we al vroeg indicaties. Op het profiel van "Jean-Pierre M." stonden foto's van een gezamenlijke vakantie in Zuid-Frankrijk (zomer 2025) waarop ook mevrouw D. te zien was. Eén foto toonde beide personen in een herkenbare woonkeuken met Vlaamse stopcontacten en een typisch Antwerps uitzicht door het raam.

Via het Belgisch Kruispuntbank voor Ondernemingen en openbare eigendomsregisters traceerden we een rijwoning in Berchem (Antwerpen) op naam van Jean-Pierre M. Onze compliance officer toetste het onderzoeksplan vervolgens aan de proportionaliteits- en subsidiariteitseisen. Conclusie: gericht, tijdelijk en noodzakelijk - groen licht.

De observatiestructuur

Om de duurzaamheid van het samenwonen juridisch waterdicht aan te tonen, werd gekozen voor drie niet-aaneengesloten observatieperioden. Deze aanpak geldt binnen de branche als de standaard bij alimentatieonderzoek: zij voorkomt dat een momentopname (vakantie, logeerpartij, tijdelijke situatie) ten onrechte als samenwonen wordt aangemerkt.

Concreet hield dat in: observatieblok 1 in week 3 gedurende zeven dagen, gevolgd door een pauze van vier weken zonder waarneming. Daarna observatieblok 2 in week 8, opnieuw zeven dagen, gevolgd door een pauze van vijf weken. Tot slot observatieblok 3 in week 14, ook zeven dagen. De intervallen dienen juist om aan te tonen dat het samenwoongedrag ook buiten één specifieke week structureel voortduurt.

De uitvoering — fase 1: verkennende observatie Rotterdam

Voorafgaand aan de drie observatieblokken in België hielden twee onderzoekers het officiële adres van mevrouw D. in Rotterdam-Zuid gedurende vijf werkdagen intermitterend onder observatie. De woning werd slechts drie keer kort bezocht (onder twee uur). Er was geen avond- of nachtelijke aanwezigheid. Post stapelde zich zichtbaar op achter de brievenbusklep, en buurtbewoners leken haar niet te herkennen. Voorlopige conclusie: het Rotterdamse adres fungeert vermoedelijk als postadres, niet als feitelijke woonplaats.

De uitvoering — fase 2: observatieblok 1, 2 en 3 in Berchem

Met inachtneming van de Belgische Camerawet en de AVG voerden twee onderzoekers gedurende drie niet-aaneengesloten perioden van elk zeven dagen mobiele observatie uit rondom het adres in Berchem. Gecombineerd over de drie blokken werd onder meer het volgende vastgelegd: mevrouw D. verliet op 18 van de 21 ochtenden de woning met een eigen huissleutel. Er werden negen gezamenlijke boodschappenbezoeken bij Colruyt en Delhaize vastgelegd. De auto met Nederlands kenteken stond dagelijks op de oprit. Op vijftien dagen werd het gezamenlijk uitlaten van de hond geobserveerd, 's ochtends en 's avonds. In blok 2 en 3 werd bovendien post geadresseerd aan mevrouw D. op het Belgische adres visueel bevestigd via de brievenbus.

Cruciaal is dat dezelfde patronen terugkwamen in elk van de drie observatieblokken. Daarmee is het beeld van incidentele aanwezigheid uitgesloten en wordt de duurzaamheidscomponent uit art. 1:160 BW expliciet onderbouwd.

De uitvoering — fase 3: bevestigend onderzoek

Een verklaring van de buurman - met diens schriftelijke toestemming tot gebruik - bevestigde dat "het koppel" al ruim een jaar samenwoonde. Op sociale media plaatste mevrouw D. op 14 februari 2026 een bericht waarin zij Jean-Pierre aanduidde als "mijn lief, mijn thuis"; dit werd gearchiveerd via notariële webarchivering. Tot slot ontdekten wij een gezamenlijk abonnement op een Antwerpse sportschool op beide namen, via een openbaar ledenevenement.

De bevindingen getoetst aan art. 1:160 BW

De affectieve relatie werd onderbouwd door publieke uitingen op sociale media, gezamenlijke vakantiefoto's en de buurtverklaring. De duurzaamheid bleek uit aantoonbaar samenwonen sinds medio 2024, circa twintig maanden. De wederzijdse verzorging volgde uit gezamenlijke boodschappen, huishouden, hond en een sportschoolabonnement op beide namen. Het samenwonen werd aangetoond door dagelijkse aanwezigheid in Berchem over drie gespreide observatieperioden, gecombineerd met afwezigheid in Rotterdam. De gemeenschappelijke huishouding bleek uit gedeelde uitgaven, gedeelde ruimte en gedeelde routines. Alle vijf criteria werden onderbouwd met objectief, verifieerbaar materiaal, gespreid over drie onafhankelijke observatieperioden.

De rapportage

Meneer V. en zijn advocaat ontvingen een gebonden eindrapport van 47 pagina's. Hierin waren opgenomen: een chronologisch feitenrelaas per observatiedag en per blok, gedateerde en gelokaliseerde fotodocumentatie (72 beelden), notarieel gearchiveerde online bewijsstukken, de geanonimiseerde buurtverklaring, een POB-conform opgemaakte onderzoeksverantwoording en de volledige uurverantwoording met kostenspecificatie. Het rapport werd zo ingericht dat het rechtstreeks als productie bij de rechtbank kon worden ingediend.

De afloop

Op basis van het rapport stelde de familierechtadvocaat een verzoekschrift op tot beëindiging van de alimentatieverplichting met terugwerkende kracht tot het moment waarop het samenwonen aantoonbaar was begonnen. Mevrouw D. trof, geconfronteerd met de bewijsvoering, een schikking buiten de rechtbank: volledige beëindiging van de alimentatie per direct, zonder verdere juridische procedure. Voor meneer V. betekende dit een besparing van circa € 205.800 over de resterende looptijd.

Waarom deze casus slaagde

Vier factoren waren doorslaggevend. Ten eerste grondig vooronderzoek: zonder de OSINT-fase had de fysieke observatie in België geen concreet vertrekpunt gehad. Ten tweede een correcte observatiestructuur met drie niet-aaneengesloten perioden in plaats van één langdurige observatie, waardoor de duurzaamheid van het samenwonen juridisch buiten kijf staat. Ten derde meertalige inzet: ons onderzoeksteam werkt in het Nederlands, Frans en Engels, wat in grensonderzoek onmisbaar is. Ten vierde juridische houdbaarheid vanaf dag één; elk bewijsstuk werd verzameld met het oog op toetsing door een rechter, niet slechts om cliënt te overtuigen.

Een rechercheur die alleen "betrapt", levert emotionele genoegdoening. Een rechercheur die bewijst, levert resultaat in de rechtszaal.

Vermoedt u dat uw ex-partner samenwoont of een nieuwe duurzame relatie heeft? Neem vrijblijvend contact op via +31 (0)85 109 1053 of info@aequitasbv.nl. Aequitas Recherchebureau werkt in heel Nederland, België en daarbuiten.​​​​​​​​​​​​​​​​

Share